Economie en bewustzijn
Door Bert-Jan Wiegeraad
Hoewel je het wel gaat denken als je de kranten leest en de economische actualiteiten volgt, gaat economie niet primair om geld. Economie gaat over het vermogen en de middelen om iets te produceren en de behoefte van anderen om dit af te nemen. Iedereen is in staat om op zijn of haar manier iets unieks te creëren. Dit vermogen om te creëren, om iets toe te voegen aan de wereld, is een hoger menselijk voorrecht. De Maya's duiden dit als het hoogste niveau van bewustzijn: het bewustzijn dat je als mens scheppende/creatieve vermogens hebt meegekregen.
Economie is het systeem waarin creativiteit wordt gedeeld met anderen. Een handig middel om creaties met elkaar te ruilen is geld. Geld maakt het mogelijk de waarde van creaties onafhankelijk uit te drukken en creaties van verschillende waarde toch met elkaar te kunnen ruilen. Geld is niets meer dan het smeermiddel van de ruilmotor. Geld speelt in de economie net zo'n grote rol als motorolie bij het autorijden.
Hoe de rol van het geld in de geschiedenis veranderde
In de geschiedenis van de mensheid heeft geld een andere rol gekregen dan waarvoor deze diende. Geld is zelf een product geworden. In plaats van het creëren van geld louter ter bevordering van de ruilhandel, werd geld misbruikt om afhankelijkheden en schulden te creëren. De primaire economie van vraag en aanbod van echte producten werd ondergeschikt gemaakt aan het middel om het te ondersteunen.
Elke grotere rol en macht die aan geld wordt gegeven anders dan het faciliteren van de economie, keert zich uiteindelijk tegen deze economie.
De banken die het geld maakten, gingen dit geld als hun eigendom beschouwen en eisten dat zij dit geld terug zouden krijgen. Bovendien gingen zij rente vragen over het geld dat men had 'uitgeleend'. Om dit geld en de rente te ontvangen, werden belastingen in het leven geroepen.
Hier is het probleem ontstaan met het geld in de economie. In een gezonde economie is het maken van geld strikt beperkt tot het doel: het mogelijk maken van ruilhandel. Diegene die belast is met het maken van geld, heeft een belangrijke rol. Er moet in principe precies zoveel geld gemaakt zijn als er nodig is om alle handel te faciliteren. Niet meer en niet minder. Het besturen van de geldhoeveelheid is een publieke en maatschappelijke taak die met grote zorgvuldigheid dient te worden uitgevoerd.
In de geschiedenis van de mensheid hebben particulieren deze taak echter naar zich toegetrokken, niet om de gemeenschappelijke economie te dienen maar om er zelf rijk van te worden.
Door het geld terug te vragen van de samenleving terwijl het juist voor en in opdracht van de samenleving was gemaakt, alsook het vragen van rente, werd de behoefte aan geld steeds groter. Er was immers niet alleen geld nodig om de ruilhandel te faciliteren maar ook geld om de rente en de aflossing te betalen. De bankiers maakten elk jaar net niet voldoende geld om zowel de handel te faciliteren als de aflossing en de rente te kunnen betalen. Hierdoor moest er elk jaar geld bij en werd de schuld aan de bankiers steeds groter. Dit wordt de staatsschuld genoemd. De publieke taak van de bankiers om ruilhandel te faciliteren veranderde in een meedogenloos systeem van toenemende schuld en afhankelijkheden.
De mensen moesten steeds harder werken om naast hun eigen inkomen ook het geld te verdienen om de banken door middel van belastingen te betalen. Dit leidde uiteindelijk tot de situatie dat de zogenaamde schuld aan de bankiers veel groter was geworden dan het vermogen van de mensen om te creëren en te verhandelen. Het had dus geen zin meer voor de mensen om nog te creëren want het was toch nooit genoeg om van te leven en ook nog uit de schulden te komen. De banken konden wel meer geld maken maar daarmee zou de schuld alleen maar nog groter worden. Het mechanisme had haar grens en rek bereikt. Dit is thans in de wereld het geval.
Opnieuw beginnen
In de Bijbel wordt gesproken over jubeljaren. In een samenleving verwerft de ene persoon meer dan de ander. Soms rechtmatig omdat deze hard werkt en ambitieus is, soms onrechtmatig door stelselmatig anderen afhankelijk te maken. Zo kon het gebeuren dat een slimme familie van boeren steeds meer grond ging bezitten. De mogelijkheden van andere boeren om zelfstandig hun bedrijf te runnen, werden daardoor steeds geringer. In een jubeljaar werd de grond weer evenredig verdeeld en kon het proces opnieuw beginnen. Uiteraard waren de bezitters (veelal een minderheid) niet blij met deze maatregel maar de meerderheid wel. Dat wordt democratie genoemd.
De wijze waarop de bankiers de samenleving in een uitzichtloze situatie van schuld en afhankelijkheid hebben gebracht, is niet rechtmatig. En al zou deze rechtmatig verworven zijn, deze is niet houdbaar.
De huidige rol van het geld en de gecreëerde schuld aan de banken, is niet houdbaar voor de samenleving.
Het geldsysteem van vandaag is ongeschikt geworden om de ruilhandel van creaties te faciliteren. Er zijn voldoende mensen die creatief zijn en er is voldoende vraag. Er zijn ideeën, er is energie, er zijn wegen en transportmiddelen. Alles is aanwezig voor een gezonde economie ware het niet dat het geldsysteem dat deze gezonde economie moet ondersteunen, is misbruikt en onbruikbaar is geworden. Ook de verdeling van de spreekwoordelijke grond is onhoudbaar geworden.
Het is tijd voor een jubeljaar.
De uitdaging
Je kunt mensen wel hun geld afnemen maar niet hun creativiteit. De basis van de economie is creativiteit en niet geld. Mensen zijn vergeten wat de kracht van hun creativiteit is. Ze zijn gaan geloven in de macht van het geld en verloren het zicht op de bron van alles: hun Goddelijke vermogen om te creëren.
Om uit deze situatie te komen, mogen mensen zich weer gaan herinneren wie en wat zij werkelijk zijn: scheppende wezens. Er is geen bank of overheid die dat de mens kan ontnemen, ook al lijkt dat vaak zo. Ieder mens mag zich weer herinneren dat het een onvervreemdbaar vermogen heeft om iets te creëren waar nog niets is. Zo groeit het universum, zo groeien samenlevingen, steden en ondernemingen. De samenleving wordt gevormd door een optelsom van alle percepties en ideeën daarover. We hebben geleerd dat geld belangrijker is dan wijzelf. Deze perceptie kunnen we verruilen voor een andere. Een die meer recht doet aan wie we zijn. Door onze perceptie van onszelf, wie we zijn en wat we kunnen, te veranderen, veranderen we de maatschappij.
Je kunt mensen niet hun kracht ontnemen maar wel hun zicht daarop. Mensen zijn nooit hun vermogen om te creëren verloren. Hooguit hun herinnering daaraan.
Ook lijkt het vaak niet zo, we leven in een jubeltijd. We dienen het jubeljaar echter wel zelf af te kondigen met onze intentie. Het is tijd voor een nieuwe economie gebaseerd op rechtvaardigheid en bewuste creativiteit.
